Wat liefde is, kan ik nog steeds niet goed beantwoorden. Ik ben zoekende naar wat liefde écht voor mij betekent. Voor mij voelt het als de behoefte om te zeggen dat ik van haar houd — en dat spreek ik ook daadwerkelijk uit. Veelvuldig zelfs. En zij is dan de mooiste voor mij. Ik wil zo veel als mogelijk bij haar zijn. Als dat gevoel er is, herken ik een vorm van liefde waar ik me comfortabel bij voel. Tegelijk merk ik dat er gradaties zijn in de kracht ervan: de intensiteit waarmee het in mij leeft verschilt. Dat is mijn definitie van liefde. Althans… dat dacht ik.
In de zomer van 2024 ontmoette ik via Tinder een vrouw. Toeval of niet: hetzelfde sterrenbeeld als ik, en ook binnen de Chinese astrologie hetzelfde teken. Ze was twaalf jaar jonger. Ze was ziek en had nauwelijks energie. Aan de buitenkant zag je dat niet, maar vijftig meter lopen betekende voor haar al de noodzaak om te rusten. In ons contact vroeg ze geduld. Ze reisde nog zes weken in het buitenland na het eerste app-contact. De meeste vrouwen die ik in die periode zag, waren vluchtig; wachten deed ik nooit. Een afspraak wilde ik snel hebben anders liet ik het lopen.
Maar bij haar was het anders… Haar stem, haar kwetsbaarheid, haar ritme — het maakte me geduldig. Ik wachtte. Zes weken lang belden we elke week een paar keer en stuurden af en toe een bericht. En ook zij wilde wachten.
Onze eerste ontmoeting vond pas na acht weken plaats in een rustige lobby van een Van der Valk. Weinig prikkels was belangrijk voor haar; lawaai maakte haar snel moe. We praatten vier en een half uur alsof het vijf minuten waren. Ongelofelijk. Tijdens de korte wandeling na afloop naar haar auto werd ik verliefd. Het wandelingetje van 100 meter met haar op hoge hakken waarbij we een paar keer moesten stoppen. Haar kwetsbaarheid, naast haar innerlijke kracht die ik in ons gesprek hoorde, raakte me diep.
Opnieuw zes weken later volgde een tweede ontmoeting. Ze kwam op een zomeravond bij mij langs en bleef slapen. Laat die avond lagen we in mijn tuin op onze rug naar vallende sterren te kijken — voor haar de eerste keer. Het was zacht, stil en intens. Dicht tegen elkaar aan.
Na een derde, korte ontmoeting belde ze me om te zeggen dat er geen vervolg zou komen. Ze voelde het onvoldoende met mij. Ik stribbelde niet tegen, werd niet boos, maar accepteerde het onmiddellijk. Ook dat was nieuw voor mij… Ik dacht aan haar belang, niet aan het mijne.
Terugkijkend denk ik dat haar kwetsbaarheid bij mij zorgde voor een totaal ontbreken van egoïsme. Ze maakte een vorm van liefde in mij los die ik niet eerder kende. Ik stond volledig open. Ik wilde bij haar zijn en haar geven wat ze nodig had. Haar aanwezigheid en energie deden iets met mij. Misschien was dát wel echte liefde?
De vrouw met wie ik het langst samen was — bijna achttien jaar — raakte mij op nog een andere manier. Ze kwam vanuit Oost-Europa voor mij naar Nederland, we trouwden en samen kregen we een kind. Mijn enige kind. In elke knuffel van haar voelde ik dankbaarheid. Ze sprak het nooit uit, maar het was er altijd. Op een bepaald moment verdween dat gevoel. Dat was intens verdrietig voor mij. Ze ontkende het niet toen ik het benoemde. Het had oorzaken die aan mijn kant lagen, dat begreep ik. Het werd het begin van ons uit elkaar gaan.
Met haar heb ik ook veelvuldig gelachen, tot tranen over onze wangen en pijn in onze buik. Die lichtheid, samen met onze intellectuele match en de constante dankbaarheid maakt haar tot nu toe de grootste liefde van mijn leven.