Zolang ik me kan herinneren, is het er al: eenzaamheid. Niet het soort dat je voelt als je alleen bent, maar een diepere vorm. Eenzaamheid door onbegrip. Het gevoel alleen te staan met gedachten die anderen niet begrijpen – of die ik nauwelijks kan uitleggen.
Pas eind 2018, toen ik 49 was, begreep ik waar dat gevoel deels vandaan kwam. Ik bleek hoogbegaafd te zijn. Dat vertel ik niet vaak, omdat het woord veel misverstanden oproept. Mensen denken al snel aan sociaal onhandige nerds of betweters. Maar vaak zie je aan de buitenkant niets. Ook bij mij niet. Ik werd gezien als “een slimme jongen”, maar verder viel het niemand op. Ikzelf had ook geen idee. Sterker nog: ik vond de mensen om me heen vaak veel intelligenter dan ikzelf.
Pas sinds ik weet dat ik hoogbegaafd ben, begrijp ik beter wat dat voor mij betekent. Mijn hersenen werken anders – dat is hoe het me ooit werd uitgelegd. Niet per se beter, maar ze zijn anders bedraad. Hoogbegaafdheid draait niet alleen om een hoog IQ. Voor mij is het vooral: veel verbanden zien. Koppelingen leggen tussen dingen die voor anderen los van elkaar staan. Dat gebeurt razendsnel en vaak in flarden. Niet altijd te volgen – zelfs voor mij niet.
Toen ik erover las en er met anderen over sprak, vielen veel puzzelstukjes op hun plek. Zoals dat gevoel in vergaderingen, vroeger. Een besluit werd genomen en ik voelde dat de uitkomst fout zou zijn. Niet op basis van cijfers, maar op een soort intern patroon dat ik zag. Ik zei dan: “Dat gaat niet werken.” Punt. Geen onderbouwing, geen toelichting. Dat botste natuurlijk met managers. En ik kwam daardoor niet ver binnen bedrijven. Al snel werd ik zelfstandig ondernemer.
Nu weet ik: dat snelle inzicht is waardevol, maar het moet vertaald worden om begrepen te worden.
En daar zit het probleem: het onder woorden brengen. Die flarden in mijn hoofd zijn vaak vluchtig. De verbanden zitten er, maar verdwijnen ook weer snel. Ik weet dan wat de uitkomst is, maar uitleggen hoe ik daar kom, kost tijd en energie. Soms zelfs fysieke energie – hoofdpijn. Om een punt helder te onderbouwen, moet ik de wirwar van gedachten structureren. Dat lukt me maar moeizaam. Dus weeg ik af: is het de moeite waard om het uit te leggen? Of houd ik mijn mond? Voor de uitleg moet ik dan echt lang gaan zitten werken. Die volgt pas later. Geruststellend is dat áls ik het doe, het wel een positief effect heeft en begrepen wordt. Maar lang niet altijd wil ik daar de energie in steken.
En zo blijft die eenzaamheid bestaan. Niet omdat ik niemand om me heen heb, maar omdat ik soms mijn belangrijkste gedachten niet kan vertalen naar een taal die de ander begrijpt. Ik heb keuzes gemaakt in mijn leven die voor mijn omgeving onbegrijpelijk waren, in de liefde en in werk vooral. Niet omdat ze fout waren – maar omdat ik ze niet goed kon uitleggen.
En dan sta je alleen, met een verhaal dat in je hoofd klopt, maar dat geen ingang vindt bij de ander.