Sommige vrouwen passeren even in je leven, maar maken een onuitwisbare indruk. Rond 2010 ontmoette ik een vrouw die mijn beeld van vrouwelijkheid oprekte. We zagen elkaar misschien vijf keer. Het was geen liefde. Geen toekomst. Maar ik kwam even terecht in een fantasiewereld.
Ik was getrouwd. Zij ook. We vonden elkaar online, voorzichtig, aftastend. Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, was ik nerveus. Zij niet. Ze droeg een jumpsuit met een blazer, hoge hakken, haar vol en glanzend tot in haar nek. In het park waar we wandelden, bleef er afstand tussen ons. We spraken over onze huwelijken, over wat we misten, over verlangen. Ik benoemde eerlijk mijn fantasieën: hoge hakken, make-up, korte rokjes, een uitgesproken vrouwelijke uitstraling. Ze luisterde zonder oordeel. Geen gegniffel. Geen ironie.
Ik dacht dat het bij praten zou blijven. Geen signaal te bekennen van dat ze wat bij me voelde. Tot we later in de auto reden, ergens op de A4. Het was stil tussen ons. Ik keek naar het verkeer, nog steeds in de veronderstelling dat de date op zijn einde liep. Opeens pakte ze mijn hand van de versnellingspook. Zonder iets te zeggen leidde ze die naar de stof van haar jumpsuit en legde hem in haar kruis.
Het was geen aarzelend gebaar. Het was doelgericht. Zelfverzekerd. Ik voelde de warmte door de dunne stof heen. Mijn lichaam reageerde direct. Een schok, een hittegolf. Dit had ik niet zien aankomen. Niet in mijn fantasie. Niet in mijn voorstelling van hoe een vrouw zich “hoort” te gedragen. Ze keek me niet eens vragend aan. Ze wist wat ze deed en vroeg me mee naar een hotel.
Ik durfde die avond niet verder te gaan dan wat zoenen en aanraken. De angst om thuis te laat te komen was groter dan mijn lef. Maar er was iets wakker gemaakt.
Een paar weken later ontmoetten we elkaar opnieuw. Ze gaf me een adres in een stille straat op een industrieterrein. Daar kon ik haar ophalen. Toen ik de hoek om reed, zag ik haar al lopen. Plateauhakken — extreem hoog. Een ultrakort rokje. Kousen tot halverwege haar dijen. Haar langer dan de vorige keer, zichtbaar bewerkt met extensions. Make-up die niets verhulde maar alles benadrukte. Ze liep alsof de straat van haar was.
Ik was verbijsterd. Niet alleen om hoe ze eruitzag, maar om het feit dat ze dit voor míj deed. Ze had mijn woorden onthouden. Ze had mijn fantasie letterlijk aangetrokken. In de auto kon ik nauwelijks mijn ogen van haar benen afhouden. Mijn hand lag vaker op haar dij dan op de pook. Ze liet het toe, stuurde het zelfs subtiel.
We gingen naar een hotel. In de lift stonden andere gasten. Ik voelde me ongemakkelijk naast haar, bijna bekeken. Zij leek het spel juist te genieten. In de kamer nam zij de leiding. Ze bewoog door de ruimte alsof het een podium was. Poseerde, draaide, liet me kijken en nodigde me uit om mij aan haar te geven. Het was niet alleen lichamelijk; het was een spel van aandacht en regie. Ze liet me voelen dat mijn verlangen niet vreemd was, maar gewenst.
Wat me later misschien nog meer raakte dan de seksualiteit, was haar gelaagdheid.
De laatste keer dat ik bij haar was, nam ze me eerst mee naar boven. Ik was bij haar thuis uitgenodigd omdat haar man in het buitenland vakantie vierde. We gingen niet naar de slaapkamer, maar naar een kinderkamer. Een kamer die ooit bedoeld was geweest voor een kind dat er nooit zou komen. Ze vertelde opnieuw over de afgebroken zwangerschap. Terwijl ze sprak, brak haar stem. Ze begon te huilen en zocht mijn armen op. Ik trok haar tegen me aan. Even was er geen spel, geen verleiding, geen spanning. Alleen twee mensen in een stille kamer. Haar hoofd tegen mijn borst. Haar kwetsbaarheid was echt. Dat contrast — tussen de vrouw die in hoge hakken door een industrieterrein liep alsof ze een filmrol speelde, en deze vrouw die brak bij een herinnering — maakte diepe indruk op me.
Maar beneden veranderde de sfeer weer. In de keuken ging ze op het aanrecht zitten. Ze droeg een zwarte body, kousen, hakken. Het rokje dat ze bij binnenkomst nog aanhad, was allang verdwenen. Ze keek me aan, trok de stof bij haar heup iets opzij en zei: “Voel maar.” Het was direct. Zonder schaamte. Zonder omweg.
Ik stapte tussen haar benen en liet mijn handen over haar heen gaan. De keuken, het licht, het idee dat de buren nietsvermoedend hun avond leefden — alles gaf het een geladen spanning. Het was niet haastig. Ze liet me voelen dat ze dit wilde. Dat ze dit koos.
Later zaten we even aan de eettafel. Tegenover me hing een grote foto van haar man. Hij keek letterlijk mee de kamer in. Dat beeld maakte het surrealistisch. Alsof twee werkelijkheden door elkaar liepen.
Boven in haar slaapkamer nam ze opnieuw initiatief. Ze trok me naar het bed van haar en haar man. Ze duwde me achterover, kwam bovenop me zitten en bepaalde het ritme. Ze bewoog zelfbewust, intens, volledig aanwezig. Ik voelde me niet de regisseur, maar de deelnemer in háár spel. Toen ik uiteindelijk sneller klaarkwam dan zij wilde, werd ze boos. Niet hysterisch, maar zichtbaar geïrriteerd. Ze had moeite gedaan. Zich aangekleed naar mijn fantasie. De setting gecreëerd. Zich kwetsbaar én sensueel getoond. Ze wilde dat ik het kon dragen. Langer. Dieper. Met aandacht. Dat begreep ik toen nog niet volledig. Voor mij was twintig minuten een prestatie. Voor haar was seksualiteit ook toewijding. Tijd. Teruggeven.
Een half uur later vonden we elkaar opnieuw. Rustiger. Meer afgestemd. Het werd een lange, warme zomeravond waarin lust, emotie en gesprek door elkaar liepen.
Na een paar maanden werd het contact verbroken. Geen drama. Geen ruzie. Het verdween.
Wat bleef, was mijn verwondering. Dat een vrouw zo vrij kan zijn in haar sensualiteit. Dat ze haar verlangen kan inzetten zonder schaamte. Dat ze tegelijk sterk en kwetsbaar kan zijn.
Dit verhaal is geen ode aan ontrouw. Aan vreemdgaan zitten nare kanten. De pijn die het veroorzaakte, heb ik later pas echt leren begrijpen. Het is een herinnering aan ontmoetingen die me liet zien dat vrouwelijkheid, spel in erotiek veel verder kan gaan dan ik tot dan toe had ervaren. Misschien zegt dat iets over haar. Maar zeker ook over mij.